Werkstuk
Werkstuk hooliganswww.hardcorehooligan.nl De harde kern wordt omringd door een grotere groep van uitvoerders (doeners), die beschouwd kan worden als aspirant harde kern en die zonodig direct inzetbaar is. Deze groep is verantwoordelijk voor het grootste deel van de gewelddadige acties. De laatste jaren lijkt een nieuwe categorie relschoppers zich te manifesteren. Zij hebben geen binding met een club en komen alleen voor de rellen en ongeregeldheden. Ze zijn vaak ook in andere situaties betrokken bij geweld en zijn veelal bekend bij politie en justitie. Uit het onderzoek van Bieleman e.a. (2000) naar de rellen na afloop van de wedstrijd Groningen-Sparta komt naar voren dat vermoedelijk maximaal een kwart van de relschoppers uit niet-supporters bestond die alleen naar het stadion kwamen om de orde te verstoren. Het door de supporters gebruikte geweld is niet ongericht, maar is vooral gericht op rivaliserende supporters. Als men die niet kan bereiken, komt het vaak tot vernielingen, waarbij de voorkeur uitgaat naar zaken die in verband lijken te staan met de rivaliserende groep. Over het algemeen wordt een confrontatie met de politie ontweken, tenzij de politie iets tegen de supporters onderneemt. Bij confrontaties wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van een steeds gevarieerdere verzameling wapens. Eind jaren tachtig zijn in zes (middel)grote steden sociaal-preventieve supportersprojecten gestart die gericht waren op de harde kern en in mindere mate op de meelopers. In 1991 zijn deze projecten geëvalueerd. De belangrijkste conclusie wat dat de sociaal-preventieve aanpak positieve effecten heeft, waarbij vooral de grotere aanspreekbaarheid van de doelgroep op negatieve gedragingen eruit springt. In 1997 constateerde KPMG dat de projecten nieuw leven ingeblazen zouden moeten worden. In 1998 startte vervolgens het landelijke project ‘Sociaal-preventief supportersbeleid’ met een looptijd van drie jaar. Het doel is om in alle steden met clubs lokale projecten op gang te brengen, waarbij de clubs, het jeugdwerk, de gemeente en de politie gezamenlijk activiteiten ontwikkelen gericht op sociale preventie. Er is een projectorganisatie bij de KNVB ingesteld die de clubs en de gemeenten organisatorisch en deels financieel ondersteunt bij het opzetten van lokale projecten. Een eenmalige stimuleringsbijdrage voor een sociaal-preventief project kan eveneens aangevraagd worden bij het ministerie van VWS. Op dit moment zijn meer dan twintig clubs in meer of mindere mate bezig met sociaal-preventieve projecten. In o.a. Eindhoven (PSV) en in Arnhem (Vitesse) is reeds veel geïnvesteerd in het supporterswerk. Daarmee zijn intussen al vele jaren goede ervaringen opgedaan. Ook in Den Haag en Utrecht zijn met succes projecten gestart, gericht op het tegengaan en terugdringen van pestgedrag, racisme en discriminatie binnen de school, in de wijk en op de tribune. Naast het vervoer per trein worden supporters met bussen vervoerd en maken supporters gebruik van het openbaar vervoer binnen de steden. Er zijn geen schadecijfers bekend over supportersvervoer per bus. Een indicatie voor een schadebedrag is gegeven door het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf Amsterdam dat in het seizoen 1995/’96 een totale voetbalgerelateerde schade leed van fl. 3.372,-. De clubs zijn aansprakelijk voor schade veroorzaakt door hun supporters in de door de clubs gehuurde bussen of treinen. Schade binnen het stadion komt voor rekening van de betreffende club, behalve als duidelijk aantoonbaar is dat de schade is veroorzaakt door aanhangers van de bezoekende club. In dat laatste geval gaat de rekening naar de bezoekende club. First offenders krijgen een transactie aangeboden of een voorwaardelijke gevangenisstraf (met als bijkomende voorwaarde een stadionverbod met meldingsplicht) en een geldboete. Recidivisten kunnen een onvoorwaardelijke of deels voorwaardelijke (met stadionverbod) gevangenisstraf krijgen. In aansluiting op de richtlijn is eveneens op 1 april 1999 de aanwijzing Bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld (nr. 1999A009) vastgesteld, die een beschrijving geeft van de activiteiten die van het OM worden verwacht op het gebied van pre-opsporing, opsporing, vervolging en informatieverstrekking. Stadionverbod Bestuurlijke ophouding is een nieuwe maatregel waarmee op bevoegdheid van de burgemeester grote groepen ordeverstoorders onder politiedwang op een bepaalde locatie voor korte tijd - maximaal twaalf uur - kunnen worden vastgehouden. De ophouding is mogelijk als er sprake is van een oproerige beweging, andere ernstige wanordelijkheden of rampen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Door BZK is in mei 2000 een Handleiding bestuurlijke ophouding uitgegeven om inzicht te geven in de toepassingsmogelijkheden van dit nieuwe instrument. Tot nu toe is geen gebruik gemaakt van deze maatregel. De meeste aangehouden verdachten komen niet bij de rechter omdat hun zaak wordt geseponeerd of afgedaan met een transactieaanbod of HALT-afdoening. Van de zaken die wel bij de rechter komen, worden de meeste afgedaan met een geldboete of een (speciale) leer-/werkstraf. De Unit Reclassering van het Leger des Heils heeft een op voetbalvandalen toegespitste leerstraf ontwikkeld. Het werkstrafgedeelte bestaat uit werkzaamheden die in het weekend verricht moeten worden. Strafrechtelijke afdoening van discriminatie (verbaal geweld) is moeilijk, omdat binnen spreekkoren lastig individuele daders zijn aan te wijzen. Er zijn wel enkele veroordelingen geweest. Meer wordt verwacht van het preventief optreden van scheidsrechters, spelers en clubs. De clubs en de KNVB kunnen via de rechter een straatverbod vorderen voor voetbalvandalen. Ten slotte kan via het strafrecht een omgevingsverbod worden opgelegd als bijkomende straf, Deze beide mogelijkheden worden niet effectief geacht vanwege de lange termijn die ermee gemoeid is, waardoor het lik-op-stuk-karakter ontbreekt. In Leeuwarden wordt het omgevingsverbod via snelrecht toegepast als een supporter steeds bij het stadion vervelend doet tegen bezoekende supporters of spelersbus. Vanaf 1996 heeft de KNVB de mogelijkheid om het recht van een club tot het verkrijgen van toegangskaarten voor uitwedstrijden gedurende een bepaalde periode op te schorten. Als uiterste middel kan de KNVB de licentie van een club intrekken. De machtspositie van de clubs en de wederzijdse belangen beperken echter de mate van afdwingbaarheid van deze maatregelen. In Deventer is in 1997 in samenwerking met het clubbestuur van Go Ahead Eagles, de politie en Bureau Halt een handelingsprotocol ontwikkeld. Hierin staan de huisregels van de club, de sancties op het overtreden daarvan en de sancties naar aanleiding van wetsovertredend gedrag. Op overtreding van de huisregels volgt een (on)voorwaardelijk stadionverbod, een schadeclaim of een Halt-verwijzing. Hiertoe heeft het OM de selectiecriteria voor een Halt-afdoening aangepast. Op strafbare feiten binnen het stadion gepleegd, volgt behalve een stadionverbod een sanctie van justitie. Laatst aangepast (zaterdag, 15 mei 2010 19:23) |


